Ginczek en ik

Liefde laat zich vaak moeilijk in datums vangen. In de meeste gevallen is het een gevoel dat moet groeien. Eerst aftasten, elkaar beter leren kennen. Nog een keertje afspreken. Stiekem zoenen bij het tuinhek. En dan groeit er iets en hopelijk bloeit er iets.

Liefde voor een voetbalclub is daarentegen vaak liefde op het eerste gezicht. Pats, boem. Als kleine jongen/meisje aan de hand van je vader (of moeder/buurman/oudere broer/voogd/verzorger/pleegvader- of moeder etc. etc.) naar het stadion. Het geluid, de grofgebekte fans, de geur van bier en goedkope hamburgers en dan is er al geen weg meer terug. Trots met de zojuist gekochte sjaal uit de fanshop om je schouders kom je thuis. De wildste verhalen. Wanneer gaan we nog een keer?

Dat moment volgde voor mij in de zomer van 2012. Zondag 15 juli 2012, om heel precies te zijn. Het was geen goede periode in mijn leven. Ik leed onder mijn regelmatig terugkerende depressie en had me voor alles afgesloten waar ik me eerder voor interesseerde, dus ook voetbal. Mijn zwager Dennis had echter andere plannen. Of ik meewilde naar een wedstrijd in Duitsland. Net over de grens in Nordhorn. Met het advies van mijn therapeut om weer ‘ns wat te ondernemen stemde ik met frisse tegenzin toe. Wat voor wedstrijd was het eigenlijk? Een vriendschappelijke. De plaatselijke Eintracht tegen cultclub FC St. Pauli, waar genoemde zwager de laatste tijd zijn bek niet over kon houden. Ik wist alleen dat ze in bruine shirts speelden. Bruin. Dat is de kleur van poep.

Dus op die zonnige 15e juli stapten we in de auto richting Nordhorn. Een ritje van krap een uur vanuit onze woonplaats. Het toneel, Stadion am Heideweg, stelde niet veel voor. Eén reusachtige tribune en voor de rest kon je gewoon aan de rand van het veld staan. Potje bier in de hand. Er heerste ook die typische voorbereidingssfeer. Tijdens het seizoen is een stadion een broedplaats van spanning. Strijd voor promotie of tegen degradatie. Kampioenschap of een play-offplek. Maar tijdens de voorbereiding is een stadion juist een plek vol belofte. Alles kan nog. Zolang de eerste bal nog niet gespeeld is van het reguliere seizoen kunnen alle dromen nog werkelijkheid worden.

Die sfeer van totale ontspanning trof ik ook aan bij Stadion am Heideweg. Maar wat ik ook aantrof was een, voor het voetbal, vreemde mix van kinderen, ouderen, punkers, skinheads en weet ik wat allemaal voor verschillende leeftijdsgroepen en subculturen die rustig door elkaar liepen, slechts verenigd in hun liefde voor shirts met een doodskop op de voorzijde. Dennis vulde mijn handen met potten bier en mijn oren met allerlei informatie over de club. Tegendraads. Links. Politiek actief. Maatschappelijk geëngageerd, heet dat zo mooi. Veel meer dan voetbal. Of het het lot was, weet ik niet. Maar alle puzzelstukjes vielen op zijn plek. Mijn recent aan de Radboud Universiteit ontstane politieke ontwakening gecombineerd met voetbal, mijn eerste en oudste liefde. Als in een droom liet ik mij meevoeren in de sfeer en vol bewondering keek ik naar de zo diverse schare fans om mij heen. Niemand boeide wie of wat je was, zolang je maar jezelf was. Heerlijk vond ik dat. De donkere wolken die de depressie de afgelopen weken boven mijn hoofd had laten hangen waaiden langzaam weg.

Maar er werd ook gevoetbald. Vlak voor de wedstrijd konden we nog even op de foto met de trainer, Andre Schubert. Die er overigens in het najaar al uit lag en enkel nog herinnerd wordt vanwege het feit dat hij een rol speelt in de prachtige documentaire Trainer!. Maar de man die deze middag echt mijn hart stal was Daniel Ginczek. Hij dartelde over het veld en wist gelijk maar drie keer te scoren in een wedstrijd die met 11-0 gewonnen werd. Behalve de club zelf had deze speler ook mijn hart gewonnen. Wát een spits, zeg! Helemaal idolaat ging ik als een echte fanboy met hem op de foto.

Eenmaal thuis bestelde ik het shirt van FC St. Pauli. Met opdruk. Nummer 11, Ginczek. ’s Avonds zocht ik hem op. En wat bleek? Hij was gehuurd. Mijn nieuwe idool was een huursoldaat die formeel nog onder contract stond bij Borussia Dortmund. Ik had dus geen shit besteld met een clubicoon of een cultheld in de dop, maar van een passant die na dit seizoen wellicht weer ergens anders gestald zou worden. Deze initiële teleurstelling maakte al snel plaats voor trots. Ginczek wás goed. In dat seizoen, 2012-2013, wist hij 18 keer te scoren. Inclusief twee treffers tijdens mijn eerste

thuiswedstrijd tegen FSV Frankfurt. Om dat even in perspectief te zetten: sindsdien heeft nog maar één speler dubbele cijfers gehaald wat betreft doelpunten: Aziz Bouhaddouz in het seizoen 2016-2017, 15 doelpunten. Maar 15 zijn er geen 18. En Bouhaddouz is geen Ginczek.

Na dat eerste seizoen scheidden onze wegen weer. Ik bleef bij FC St. Pauli en hij ging weer verder. Hij werd verkocht aan 1.FC Nürnberg, vertrok later naar VfB Stuttgart en speelt nu tweede viool achter onze eigen Wout Weghorst bij VfL Wolfsburg. Een anonieme speler, geplaagd door blessures en waarschijnlijk gedoemd vergeten te worden door het grote publiek. Maar ik zal hem altijd onthouden. Daniel Ginczek. De beste spits waar nog nooit iemand van gehoord heeft. Voor altijd op mijn rug.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s